Voorgevel

Tussen 1810 en 1812 werd deze gevel toegevoegd aan de laatgotische kerk, waarvan men vermoedt dat deze nooit volledig werd voltooid. Het is één van de weinige bewaard gebleven werken van Pierre-Jean De Broe, stadsarchitect in de Franse tijd.

Bij de eerste aanblik valt direct het contrast op tussen de bepleisterde neoclassicistische westgevel en de overige bakstenen architectuur. De onderbouw bestaat uit drie traveeën met een opvallend middenrisaliet (gevelvoorsprong). Dit risaliet, dat boven de kroonlijst doorloopt, wordt geaccentueerd door brede geledingen en hoekbanden, en wordt bekroond met een fronton.

Er zijn twee halfronde (blinde) zijvensters met afgeronde bossage, en de centrale rondboogdeur die omringd wordt door vlakke arduinen pilasters onder een pseudofronton met de schrift “Geloofd zij Jezus Christus”. Het rechthoekige bovenvenster met zijn gestrekte druiplijst voegt nog een extra dimensie toe aan deze gevel.

De voorgevel van de kerk, een voorbeeld van architectuur uit de Franse periode), roept al decennia gemengde gevoelens op, vooral na de restauratie van het gotische interieur van 1855-1857. Terwijl sommigen de ingreep als streng en sober beschouwen, vormt juist dit contrasterende element een verrassend aspect voor bezoekers die door de deuren van deze historische plek stappen. 

Een moderne façade die bijna 250 jaar jonger is dan de kerk zelf. Deze periode overtreft de tijdsspanne die ons scheidt van haar realisatie in 1812. Dit contrast onthult de complexiteit van het gebouw. Het is tevens een zeldzame getuigenis van architectuur uit de Napoleontische tijd in Gent, die weer toe is aan een restauratie, gepland in de komende jaren.

Plaats een reactie