Vlucht naar Egypte

In de linkse zijkapel van de Sint-Salvatorkerk bevindt zich een bijzonder kunstwerk dat soms ontsnapt aan de aandacht van de bezoekers: het altaar van St.-Jozef.

Het schilderij “Rust tijdens de vlucht naar Egypte” van Jan-Erasmus Quellin uit 1666, vormt het stralende middelpunt van dit altaar.

Laat u betoveren door dit barokke wonder en ontdek de rijke verhalen die achter elk detail schuilgaan.

Het Verhaal in het Evangelie volgens Matteüs

Het schilderij van Quellin is gebaseerd op een verhaal uit het Evangelie volgens Matteüs. Hierin wordt verteld hoe de Heilige Familie moest vluchten naar Egypte om te ontsnappen aan de wrede koning Herodes, die opdracht gaf alle jongetjes in Bethlehem te doden. Een engel waarschuwde Jozef in een droom, en zo begon hun vlucht naar Egypte. Dit verhaal is niet alleen een belangrijk onderdeel van de Bijbelse geschiedenis, maar ook van groot belang in de rooms-katholieke traditie als een van de zeven smarten van Maria.

Een Tafereel uit de Apocriefen

Quellin’s schilderij brengt dit Bijbelse verhaal tot leven met elementen uit de apocriefe geschriften. Deze niet-canonieke teksten beschrijven wonderen die plaatsvonden tijdens de vlucht naar Egypte:

– Een palmboom buigt naar Jezus zodat de dadels geplukt kunnen worden. Cherubijnen bieden de vruchten aan Jezus.

– Een heidens standbeeld stort in elkaar bij het zien van Jezus. Engelen dalen neer met bliksem om het beeld te breken.

– Allerlei dieren zoeken bescherming bij de Heilige Familie.

Deze scènes zijn meesterlijk weergegeven in warme, bruine tinten die ondanks hun somberheid een poëtische sfeer creëren.

Jozef wordt als jonge en krachtige man afgebeeld, centraal op het doek, van uiterlijk zelfs enigszins gelijkend op de man die zijn zoon zou worden. De kapel illustreert de nieuwe iconografie van de Contrareformatie.

Een Antwerpse Barokke meester

Jan Erasmus Quellin(us) (1634 – 1715) was een prominente barokschilder uit Antwerpen. Opgeleid door zijn vader en beïnvloed door grootmeesters als P.P. Rubens, ontwikkelde hij een eigen stijl. Zijn werken kenmerken zich door een verduistering van kleur en een voorliefde voor monumentale architecturale elementen. Quellin reisde door Italië en liet zich inspireren door de Venetiaanse schilder Veronese. Bij zijn terugkeer in Antwerpen werd hij in 1660/1661 ingeschreven als meester bij de Sint-Lucasgilde. In 1662 trouwde hij met Cornélie Teniers, dochter van de Antwerpse schilder David II Teniers. Rond 1680 werd hij benoemd tot “schilder van de kamer van Zijne Keizerlijke Majesteit”. Hij werkte voor talrijke kerken en kloosters, waaronder de abdij van Averbode. Ondanks zijn artistieke successen eindigde hij zijn leven bijna bankroet en blind.

Plaats een reactie