Orgel en Oksaal

Het neogotische portaal en oksaal van Auguste Van Assche, samen met het indrukwekkende orgel van Anneessens-Meunier, vormen een belangrijk erfgoed. Hoewel het orgel niet meer bespeeld kan worden, blijft het een symbool van vakmanschap en artistieke expressie uit een vervlogen tijdperk.

Orgel van Anneessens-Meunier

Ontwerp en Geschiedenis

Het orgel van de kerk, ontworpen door Charles Anneessens van de Firma Anneessens-Meunier van Geraardsbergen.

Het werd aangekocht door de kerkraad tijdens de wereldtentoonstelling in Antwerpen van 1885. 

Het werd begin 1886 in de kerk geplaatst. Op 16 februari 1886 werd het orgel gewijd door Kanunnik Sonneville en ingespeeld door J. Moerman.

Een koperen plaat op de klavierkast herinnert aan een restauratie in 1900 door Deprez & Zonen uit Gent.

Kenmerken van het Orgel

Het orgel bevat drie handklavieren van elk 56 toetsen

  • Reciet (bovenste klavier) 12 registers
  • Positief (midden klavier) 6 registers
  • Groot orgel (onderste klavier) 11 registers

De voetklavier heeft 30 pedalen, een speciaal pedaal voor ‘crescendo’ en ‘decrescendo’, en 9 “tirasses” om de handklavieren met de voetklavier te kunnen bedienen.

De fraai gesneden klavierkast vertoont op de achterzijde de woorden “ANNEESSENS-MEUNIER” tussen de wapenschilden van Geraardsbergen en Oost-Vlaanderen; de zijwanden vermelden, eveneens in gotische letters: “GRAMMONT EN FLANDRE BELGIQUE”; ze zijn er op geschilderd. 

Huidige Toestand

Helaas verkeert het orgel momenteel in zeer slechte staat. Onderzoek door orgeldeskundige Gerard Van Durme in 1969 wees reeds op ernstige houtwormschade en verslechterde pijpen. Voortdurend verkeerstrilling en gebrek aan onderhoud hebben de situatie verergerd, wat leidde tot de demontage van de pijpen om gevaar voor bezoekers te voorkomen. Voorlopig is er geen restauratie gepland, hoewel nep-orgelpijpen wellicht een tijdelijke visuele oplossing kunnen bieden.

Neogotisch portaal en oksaal

In 1889 heeft Auguste Van Assche een neogotisch portaal en oksaal onder het orgel van Anneessens. Ze vervangen het neoclassicistische oksaal (1810) van Jean-Baptiste de Broe (broer van Pierre-Jean de Broe, ontwerper van de voorgevel) dat niet meer paste bij de gerestaureerde gotisch interieur (1855-1857).

Oksaal of doksaal, hoe zit het nu weer?

Een oksaal verwijst naar een balkon in een kerk dat bestemd is voor het zangkoor en/of een groot kerkorgel. Vaak wordt dit ook wel aangeduid als orgelbalkon of -galerij. Het oksaal wordt soms verward met het doksaal, dat is een wand van hout of steen die het schip van het priesterkoor scheidt. Het doksaal is vaak prachtig versierd met beeldhouwwerk, snijwerk of schilderingen en verhulde vroeger een gedeelte van het hoogaltaar voor de ogen van de gelovigen (parochianen).

Auguste Van Assche (1826-1907) 

Van Aassche in was een prominente architect die een onuitwisbare stempel heeft gedrukt op de neogotische architectuur in Vlaanderen. Zijn opleiding aan de Gentse academie onder leiding van L. Roelandt en A. Pauli legde de basis voor zijn indrukwekkende carrière die begon in 1843. Van Assche’s vroege werk vertoonde een voorkeur voor de neoromaanse ‘Rundbogenstil’, maar door zijn samenwerking met J.-B. Bethune verschoof zijn focus naar neogotiek en middeleeuwse restauraties. Zijn neogotische werken tonen de invloed van de Engelse, hoog-Victoriaanse neogotiek, wat duidelijk zichtbaar is in het polychrome materiaalgebruik, zoals in de Sint-Jozefskerk in Gent (1880-83). Bij restauraties koos hij vaak om de gotische stijl te herstellen, zowel qua architectuur als aankleding. Een schitterend voorbeeld hiervan is de kerk van Onze-Lieve-Vrouw van Pamele in Oudenaarde, gerestaureerd tussen 1874 en circa 1900.

Plaats een reactie